Röntgenonderzoek

Met een röntgenfoto kunnen we zicht krijgen in bepaalde weefsels in uw lichaam. Door middel van röntgenstraling maken we een opname van een bepaald lichaamsdeel. Er ontstaat dan een schaduwbeeld: dit wil zeggen dat alle structuren over elkaar liggen op de foto. We kunnen dus geen diepte bepalen.

Röntgenstraling is een elektromagnetische straling, die ook wel X-straling wordt genoemd. Wilhelm Röntgen was de ontdekker van de röntgenstraling. Vandaar dat het zijn naam draagt.

Röntgenstraling wordt opgewekt in een röntgenbuis en heeft een kleine golflengte. Hierdoor gaat het goed door weefsels heen. De straling wordt echter niet door alle weefsels in uw lichaam even goed doorgelaten. Weefsels die zwaardere materialen bevatten, zoals bot, houden meer straling tegen. Weefsels die veel straling tegenhouden worden wit op de röntgenfoto, weefsels die geen straling tegenhouden worden zwart.

Wanneer maken we een röntgenfoto?

We maken een röntgenfoto als een arts iets binnenin uw lichaam wil bekijken. Een röntgenfoto is echter niet voor alle plekken in je lichaam geschikt. Voor het bekijken van botten is een röntgenfoto erg handig, omdat botten duidelijk zichtbaar worden. Daarom gebruiken we röntgenfoto’s vooral veel om botbreuken aan te tonen of uit te sluiten.

Ook maken we veel thoraxfoto’s. Een thoraxfoto is een röntgenfoto van uw borstholte, die ook wel uw thorax wordt genoemd. Op een thoraxfoto kunnen we dingen zien als longontstekingen, tumoren of hartfalen.

Soms wordt röntgen gebruikt voor het bekijken van de buikholte. Daarmee zien we versperringen in de darmen en kunnen we soms nierstenen aantonen. Omdat er vooral zachte weefsels in de buikholte zitten, zijn de verschillende organen niet heel goed te zien op een röntgenfoto van de buikholte. In sommige gevallen maken we dan gebruik van contrastvloeistof, waardoor bepaalde dingen beter te zien zijn.