Deze website maakt gebruik van cookies
Deze website gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Meer informatie
  • Essentieel
Terug naar Orthopedie

Osteoporose

Botten verliezen hun stevigheid bij het ouder worden. Dat gebeurt bij iedereen. Bij sommige mensen worden de botten wel érg broos. Dan is er sprake van osteoporose. Osteoporose wordt ook wel botontkalking genoemd. Deze aandoening komt veel voor bij mensen boven de 60 jaar.

 

Als bij u osteoporose is vastgesteld, wordt u door uw huisarts of medisch specialist doorverwezen naar de Osteoporosepolikliniek van ons ziekenhuis. Hier kunt u lezen over de behandeling van osteoporose en hoe u hiermee kunt omgaan in uw dagelijks leven.

 

Wat is osteoporose?

Als u osteoporose heeft, worden uw botten erg broos. De botdichtheid neemt dan af: er vallen onzichtbaar kleine gaten in. Uw botten zijn hierdoor minder stevig en de kans is groter dat u iets breekt, ook zonder dat u het bot zwaar belast. Een kleine misstap van een stoepje kan al voldoende zijn. Vrouwen na de overgang en mannen ouder dan 50 jaar die al eens een botbreuk opliepen, hebben een verhoogd risico op een nieuwe breuk.

 

U merkt niet dat u botontkalking heeft, totdat u een bot breekt. Op dat moment krijgt u klachten. U voelt pijn, uw houding verandert of het bot verandert van stand. Botbreuken door osteoporose komen vaak voor in de wervels, de pols of de heup. Bij de wervels is er dan sprake van ingezakte wervels. Bij een derde van de mensen met osteoporose treedt een wervelinzakking op zonder dat ze daar last van hebben.

 

Osteoporose komt veel voor. Wereldwijd krijgt 1 op de 3 vrouwen en 1 op de 8 mannen boven de 50 jaar osteoporose. Ook jongere mensen krijgen soms osteoporose, maar het is niet bekend hoeveel dat er zijn.

 

Hoe ontstaat osteoporose?

Botten verliezen hun stevigheid bij het ouder worden. Dat gebeurt bij iedereen. Wel zijn er risicofactoren bekend voor het krijgen van osteoporose. Dat zijn bijvoorbeeld erfelijke aanleg, roken, weinig bewegen en een laag lichaamsgewicht.

 

Bot is levend weefsel. Het wordt uw hele leven lang voortdurend opgebouwd en weer afgebroken. Vóór het 30ste jaar is de opbouw groter dan de afbraak. Het bot groeit en wordt steviger. Na het 35ste jaar wordt de afbraak steeds groter. De botten verliezen dan hun stevigheid.

 

Er zijn verschillende factoren die de kans op osteoporose vergroten:

  • Erfelijke aanleg;
  • Laag lichaamsgewicht;
  • Vrouw zijn;
  • Hogere leeftijd;
  • Bepaalde hormonale stoornissen, zoals het syndroom van Cushing, vervroegde overgang en aandoeningen aan de schildklier;
  • Gebrek aan lichaamsbeweging;
  • Langdurige bedrust;
  • Voedingstekorten, zoals een tekort aan kalk;
  • Te weinig zonlicht met als gevolg een tekort aan vitamine D;
  • Veel roken;
  • Veel alcohol drinken (meer dan 3 glazen per dag);
  • Gebruik van bepaalde medicijnen, zoals prednison;
  • Stofwisselingsziekten die de aanmaak en afbraak van het bot verstoren;
  • Een wervelbreuk of een andere breuk na het 50ste levensjaar.

 

Osteoporose kan ook ontstaan doordat u een aandoening heeft die osteoporose bevordert. Het verloop van die andere aandoening bepaalt hoe de osteoporose zich ontwikkelt. Uw arts behandelt u dan voor beide aandoeningen. De volgende aandoeningen bevorderen het ontstaan van osteoporose:

  • COPD;
  • Chronische ondervoeding, malabsorptie, coeliakie, ziekte van Crohn en colitis ulcerosa;
  • Diabetes Mellitus (suikerziekte) type 1;
  • Nierinsufficiëntie;
  • Schildklieraandoeningen;
  • Stofwisselingsziekten die de aanmaak van het bot verstoren;
  • Vitamine D-tekort;
  • Ziekte van Bechterew, SLE of reumatoïde artritis.

 

Symptomen

U merkt vaak pas dat u osteoporose heeft wanneer u een bot breekt. U krijgt dan pijn en door de breuk kan uw houding veranderen of uw bot kan anders gaan staan.

 

Al voordat u iets breekt, kunt u mogelijk merken dat u kleiner wordt. Dit komt doordat uw rugwervels langzaam inzakken door osteoporose. Dit gaat heel geleidelijk gepaard met een toename van pijn. In rust heeft u vaak geen last. Maar wel als u opstaat en als u gaat bewegen. Als een wervel spontaan inzakt, doet dat veel pijn in uw rug. Deze pijn straalt uit naar de borst.

Naarmate er meer wervels inzakken, wordt de wervelkolom korter. U wordt dan kleiner. U kunt zelf nagaan of dit het geval is: vergelijk hiervoor uw huidige lengte met de lengte die in uw paspoort staat. Door de inzakkende wervels krijgt u bredere flanken. Soms raakt uw onderste rib de rand van uw bekken (de bekkenkam). Ook kunt u een voorovergebogen houding krijgen. Zo’n houding heet een kyfose.

 

De diagnose

Om te controleren of u kleiner bent geworden, meet uw arts hoe lang u bent. Hij vergelijkt de uitkomst met uw lengte op jongere leeftijd, bijvoorbeeld de lengte op uw paspoort. Zo stelt hij vast of u kleiner bent geworden. Als u ook een voorovergebogen houding heeft gekregen, wijst dat erop dat u ingezakte wervels heeft.

 

Als uw arts vermoedt dat u een botbreuk heeft, dan laat hij eerst een röntgenfoto maken. Deze foto geeft een indruk van de botdichtheid. Op de foto is ook te zien of u ingezakte wervels heeft. In geval van twijfel kunnen we een zogeheten DEXA-meting doen. Dit is een scan met röntgenstraling. Bij een DEXA-meting wordt de botdichtheid van uw heup en onderrug gemeten. Een lage botdichtheid is een belangrijke voorspeller voor botbreuken.

 

Een DEXA-meting kan eventueel aangevuld worden met een Vertebral Fracture Assessment (VFA). Dit is een wervelhoogtemeting. Het brengt het risico op een botbreuk in kaart. Afhankelijk van de uitslag zal uw arts u adviseren over de noodzaak om medicijnen te gaan gebruiken.

Blijkt dat u osteoporose heeft? Dan krijgt u ook een bloedonderzoek. Bij bloedonderzoek kan het volgende worden getest:

  • Het bloedbeeld, het calciumgehalte, de nierfunctie, de leverenzymen en eventueel hormonen.
  • Het vitamine D-gehalte in uw bloed.
  • Ziekten die osteoporose bevorderen.

 

Verloop

Osteoporose is een ‘stille ziekte’. De aandoening begint geleidelijk, zonder klachten. Het is mogelijk dat u of uw arts tijdig de risicofactoren herkent en de arts dan osteoporose vaststelt. In dat geval kan de aandoening in een vroeg stadium behandeld worden. Hierdoor kan de botdichtheid verbeteren of zelfs weer normaal worden. Waarschijnlijk is het dan wel nodig dat u voedingssupplementen en medicijnen blijft gebruiken om de botdichtheid op peil te houden.

 

Vaak volgt de diagnose osteoporose pas nadat u iets heeft gebroken. De behandeling is dan afhankelijk van hoe goed de breuk geneest.

 

Ook de vraag of uw houding is veranderd, speelt mee. Van spontane wervelinzakkingen kunt u veel pijn hebben. Deze pijn wordt meestal minder als de wervels zich na een tijdje op de nieuwe situatie hebben ingesteld. Ze passen dan als het ware weer beter op elkaar.

 

Risicofactoren voor botbreuken

U heeft een verhoogd risico op een botbreuk als u:

  • Ouder bent dan 60 jaar;
  • Een eerdere botbreuk heeft had, na het 50ste levensjaar;
  • Een ouder heeft die ooit een gebroken heup heeft gehad;
  • Een laag lichaamsgewicht heeft (onder de 60 kg);
  • Te weinig lichaamsbeweging krijgt;
  • Langer dan 3 maanden meer dan 7,5 mg prednison per dag gebruikt;
  • Gebruik maakt van bepaalde medicijnen zoals antidepressiva, anti-epileptica en anti-hormonale therapie bij borst- en prostaatkanker;
  • Problemen heeft met lopen;
  • Meer dan één keer gevallen bent in het afgelopen jaar;
  • Een aandoening heeft die osteoporose in de hand werkt.

 

Mensen met reumatoïde artritis hebben 2 keer zoveel kans op een botbreuk als gezonde mensen. Door de chronische gewrichtsontstekingen kan de kwaliteit van de botten worden aangetast. Hetzelfde geldt voor mensen met artritis psoriatica.

 

Behandeling

Bij een juiste behandeling, kan uw botdichtheid sterk verbeteren. Dit helpt om nieuwe botbreuken te voorkomen. De behandeling van osteoporose heeft 3 doelen: pijnbestrijding, verder botverlies tegengaan en botbreuken voorkomen. Verder krijgt u een aantal adviezen over voeding en leefstijl.

 

Pijnbestrijding

Osteoporose kan met en zonder pijn gepaard gaan. Ook kunt u acuut veel pijn krijgen door een breuk of als wervels spontaan inzakken. Het eerste doel van de behandeling is dan bestrijding van de pijn. Welke pijnstillers u nodig heeft, hangt af van de hoeveelheid pijn die u heeft. Tegen de pijn kunt u een eenvoudige pijnstiller nemen, bijvoorbeeld paracetamol. Het middel veroorzaakt geen maagproblemen en u kunt het goed combineren met andere medicijnen. Heeft u bijna de hele dag door pijn? Voor het beste effect neemt u paracetamol bijvoorbeeld 3 of 4 keer per dag op vaste tijden in. Overleg altijd met uw arts over het gebruik van paracetamol. Soms werkt paracetamol alléén onvoldoende. Het kan helpen om codeïne toe te voegen, maar dat geldt niet voor iedereen. Een nadeel van codeïne is, dat u eraan kunt wennen. U kunt ook last krijgen van verstopping, vooral als u wat ouder bent. Sommige mensen zijn overgevoelig voor codeïne en krijgen last van allerlei bijwerkingen.

 

Soms schrijft uw arts bij ernstige pijn een ontstekingsremmende pijnstiller (NSAID) voor. Bij een acute inzakking van de wervel kan de arts morfine of morfine-achtige stoffen ( zoals tramadol) voorschrijven.

 

Verder botverlies tegengaan

Bij ernstige osteoporose is een behandeling met bisfosfonaten noodzakelijk. De bekendste bisfosfonaten die bij osteoporose gebruikt worden zijn alendronaat en/of risedronaat. Ze zorgen ervoor dat de botafbraak minder snel verloopt. Bij gebruik van bisfosfonaten kan de botmassa zelfs iets toenemen. Onderzoek laat zien dat de kans op een botbreuk halveert als u bisfosfonaten gebruikt. Dit geldt vooral voor uw wervelkolom, maar ook voor uw heup en voor andere botten, zoals uw pols. Bisfosfonaten kunnen bijwerkingen hebben:

  • Maagdarmklachten zoals buikpijn, zuurbranden, winderigheid en diarree;
  • Darmverstopping;
  • Een zweer in uw slokdarm, maag of twaalfvingerige darm. De kans hierop is groter als u na het innemen van het middel te snel gaat liggen.

 

Denkt u dat u één van deze bijwerkingen heeft? Neem dan contact op met uw arts.

 

Heeft u 5 jaar lang bisfosfonaten geslikt? Bespreek dan met uw arts of de behandeling kan worden gestaakt of moet worden voortgezet. Het is namelijk nog niet bekend wat het effect van langdurig gebruik is.

 

Dagelijks leven

Om verder verlies van botmassa tegen te gaan en nieuwe botbreuken te voorkomen, zijn leefregels zoals lichaamsbeweging, goede voeding en voldoende zonlicht erg belangrijk.

 

  • Blijf in beweging. Dit is belangrijk om uw botten en ook uw spieren steviger te maken.
  • Bewegen heeft een positieve invloed op de botopbouw. Geregeld bewegen zorgt voor sterke botten. Vooral bewegingen die botten belasten hebben een positieve invloed. Denk aan wandelen, fietsen, tuinieren, tennis, golf, roeien en fitness.
  • Probeer te voorkomen dat u valt. U kunt ook hulpmiddelen gebruiken als u moeite heeft om uw evenwicht te bewaren. Haal drempels, losse kleedjes, matten en losse snoeren weg uit uw huis.
  • Evenwichtstraining kan u helpen om in balans te blijven. Een voorbeeld is Tai chi. Als u beter in balans bent, staat u steviger en valt u minder snel.
  • Gezonde voeding kan uw botten sterker maken. Daarom is het belangrijk dat u gevarieerd eet en dat uw voeding evenwichtig is. Zorg dat u voldoende calcium, vitamine D en sporenelementen binnenkrijgt. Calcium is nodig voor de botopbouw. Vitamine D heeft u nodig om calcium uit de darmen op te nemen.
  • Gebruik ongeveer vier porties zuivel per dag. Zuivelproducten bevatten calcium en vitamine D. Ook sojamelk bevat calcium. Het advies is om gemiddeld per dag minimaal 1000 mg calcium te gebruiken.
  • Vitamine D zit in vette vis en bepaalde margarines, maar wordt vooral in de huid aangemaakt onder invloed van zonlicht. Elke dag minimaal 30 minuten naar buiten gaan helpt om uw vitamine D-gehalte op peil te houden. Ook op bewolkte dagen.
  • Sporenelementen zitten in groenten, graanproducten, peulvruchten en noten. Voorbeelden zijn magnesium, zink en koper. Van deze stoffen heeft u niet veel nodig, maar wel elke dag een beetje.
  • Sommige mensen kunnen bepaalde voedingsstoffen minder goed opnemen, bijvoorbeeld omdat ze een aandoening aan hun darmen hebben. Anderen, bijvoorbeeld zwangeren en ouderen, kunnen extra behoefte hebben aan bepaalde voedingsstoffen. Als u tot een van deze groepen behoort, is het belangrijk dat u extra aandacht besteedt aan goede voeding. U kunt dan voedingssupplementen gebruiken. Het Voedingscentrum geeft informatie over gevarieerde voeding.
  • Soms leidt osteoporose tot seksuele problemen. Dat kan te maken hebben met de pijn, angst voor de pijn of met beperkingen bij het bewegen. Als u seksuele problemen krijgt is dat vervelend, maar vaak is er wel iets aan te doen. Het is in ieder geval belangrijk het probleem met uw partner te bespreken. Eventuele kunt u professionele hulp inschakelen.
Deze website maakt gebruik van cookies
Deze website gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Meer informatie
  • Essentieel
Contact
Ziekenhuis Tjongerschans Thialfweg 44
8441 PW Heerenveen
0513 - 685 685
Polikliniek Lemmer Van Rijgersmapark 1
8531 JA Lemmer
0514 - 568 200
Orthoradius, locatie Sportstad Abe Lenstraboulevard 23B
8448 JA Heerenveen
0513 - 685 335
Polikliniek Steenwijk Mr. Zigher ter Steghestraat 9
8331 KG Steenwijk
0513 - 685 245
De Werf Sluisdijk 30
8501 BZ Joure
0513 - 685 819