Deze website maakt gebruik van cookies
Deze website gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Functionele cookies zijn nodig voor een goede werking van de website. We plaatsen de overige cookies alleen als je toestemming geeft. Wil je dat niet, zet dan de schuifjes naar links. De overige cookies geven je een optimale gebruikservaring. Wil je weten hoe we met privacy omgaan? Zie ons privacy statement.
  • Essentieel
Terug naar Orthopedie

Heupoperatie

Krijgt u binnenkort een nieuwe heup? Dan kunt u hier alvast alles lezen over de periode voor uw opname, tijdens uw opname en na uw opname.

 

Voor de operatie

Nadat de orthopeed met u heeft afgesproken om u te opereren, wordt u aangemeld bij het planbureau en de pre-operatieve screening. Het planbureau heeft het beste zicht op de wachttijden en zoekt een geschikte datum voor uw operatie.

 

Een afspraak bij de pre-operatieve screening houdt in:

  • Laboratoriumonderzoek (bloedonderzoek).
  • Een consult bij de anesthesie (individuele voorlichting, adviezen en kennismaking). De anesthesist beoordeelt de eventuele noodzaak voor een bezoek aan een internist, cardioloog of longarts. Het is mogelijk dat er nog een longfoto op de afdeling radiologie gemaakt wordt.
  • Een consult bij de ziekenhuisapotheek.

 

De pre-operatieve screening houdt ook in de gaten of alles volgens planning verloopt. Hiernaast wordt met u besproken hoe ná de opname de opvang thuis wilt regelen. Heeft u familie, buren of vrienden die u kunnen helpen? Moet er thuiszorg ingeschakeld worden? Of een tijdelijke opname in een verpleeghuis?

 

Informatie over bezoek aan anesthesie

Voor de opname en operatie maakt u kennis met de anesthesioloog.

Het gebruik/stoppen van medicijnen rondom de operatie wordt door de anesthesiologie geregeld. Hierover wordt u duidelijk geïnformeerd.

 

Informatie over bezoek aan de ziekenhuisapotheek

Voor uw opname heeft u ook een gesprek met een apothekersassistent van ons ziekenhuis. Hiervoor dient u alle medicijnen mee te nemen die u op dit moment gebruikt (ook de medicijnen die u bijvoorbeeld heeft gekocht bij de drogist). De apothekersassistent kan daarmee een overzicht maken van de medicijnen die u gebruikt. Laat tijdens het gesprek weten voor welke medicijnen u allergisch bent. Uw medicijngebruik wordt afgestemd op de medicijnen die u krijgt tijdens uw opname in het ziekenhuis.

 

Het kan zijn dat uw medicijngebruik voor en/of tijdens opname gewijzigd moet worden. In dat geval neemt de ziekenhuisapotheek contact met u op. Tevens zullen uw huisarts en uw eigen apotheek hiervan op de hoogte worden gesteld.

 

Het is belangrijk dat u goed op de hoogte bent van de medicijnen die u tijdens de opname in het ziekenhuis krijgt. Laat u goed informeren als u medicijnen krijgt voorgeschreven; waarom u deze krijgt en hoe lang u deze moet gebruiken.

 

Gedurende uw verblijf in het ziekenhuis krijgt u tweemaal daags een multivitamine tablet aangeboden.

 

Algemeen advies

  • Neem indien mogelijk iemand mee tijdens uw bezoeken aan het ziekenhuis. De ervaring leert dat ‘twee meer horen dan één’ en u kunt de informatie die u gekregen heeft nog eens met elkaar doorspreken.
  • Bespreek van te voren met uw familie, buren of vrienden wie uw contactpersoon is tijdens de ziekenhuisopname. Wij mogen alleen aan die persoon informatie over u verstrekken, in verband met de bescherming van uw privacy. De contactpersoon kan zo nodig andere familie op de hoogte houden.
  • Schrijf uw vragen op en neem deze mee tijdens uw bezoek aan het ziekenhuis.
  • Neem uw medicijndoosjes mee (géén lege doosjes).

 

Uitnodiging bijwonen groepsvoorlichtingsbijeenkomst

Als voorbereiding op de operatie organiseren wij een groepsvoorlichtingsbijeenkomst. Het is belangrijk dat u deze bijeenkomst bijwoont, zodat u zich goed kunt voorbereiden op de operatie en op de dagen erna. We geven hier informatie over de operatie en de gang van zaken rondom uw verblijf in het ziekenhuis (mobiliseren, revalideren, medewerkers, ontslagmoment, vervolgzorg tips, etc.).

 

U kunt één persoon meenemen naar de bijeenkomst. De voorlichting wordt gegeven door een afdelingsverpleegkundige, een fysiotherapeut en een ergotherapeut. U kunt ook vragen aan hen stellen.

 

Het programma van de bijeenkomst is als volgt:

  • Welkomstwoord door de verpleegkundige;
  • Video vertoning (niet eng of ‘bloederig’, het operatiegedeelte is een animatiefilm);
  • Informatie over fysiotherapie en ergotherapie;
  • Gelegenheid om uw vragen te stellen.

 

Aan de bijeenkomst zijn geen kosten verbonden. Wij zien u graag op de groepsvoorlichtingsbijeenkomst. U krijgt hiervoor een uitnodigingsbrief thuis gestuurd.

 

Een nieuwe heup

leder jaar worden in Nederland ruim 20.000 heupprothesen geïmplanteerd.

Heupafwijkingen komen op oudere leeftijd veel voor en veroorzaken pijn, stijfheid en op den duur invaliditeit. Het gaat vooral om de aandoening heupartrose, ook wel versleten heup genoemd. Bij deze afwijking is het gewrichtskraakbeen dun geworden of geheel verdwenen. Ook wordt een totale heupprothese geplaatst bij patiënten met een aangetaste heup door reuma.

 

De dijbeenhalsfractuur is een ernstige heupaandoening die vaak ontstaat door een val. Meestal wordt dan een nieuwe metalen heupkop geplaatst, in sommige gevallen een totale heupprothese.

 

Klachten

  • Pijn is meestal de belangrijkste klacht. Meestal zit de pijn in de lies, straalt uit langs de binnenkant van het bovenbeen en vaak naar de knie. In het begin is er alleen pijn na een periode van rust (startpijn), vooral in de ochtend na het opstaan.
  • Een tweede symptoom is stijfheid. Het aantrekken van kousen en schoenen wordt moeilijker evenals het spreiden van de benen.
  •  In een vergevorderd stadium ontwikkelt zich een soort dwangstand van het been; volledig strekken en naar binnen draaien lukt dan niet meer. Het been lijkt daardoor korter. De patiënt gaat mank lopen met pijn, heeft op den duur een stok nodig en de loopafstand wordt geringer. Fietsen gaat vaak beter dan lopen.

 

Oorzaken

Er bestaan verschillende afwijkingen die kunnen leiden tot slijtage (artrose) van het heupgewricht. Een veel voorkomende oorzaak is de heupdysplasie waarbij de kop niet goed in de te ondiepe kom staat. Familiaire belasting speelt vaak een rol. Artrose ontstaat ook nogal eens zonder duidelijke oorzaak. Verder ontstaat heupartrose na breuken van de heupkom en soms na een dijbeenhalsbreuk. Reumapatiënten krijgen vaak toenemende afwijkingen aan het gewrichtskraakbeen waardoor een zeer pijnlijke slijtage van het heupgewricht ontstaat.

 

De operatie

Bij de beslissing om een heupprothese te plaatsen is het oordeel van u als patiënt doorslaggevend. Alleen u voelt de pijn en de stijfheid en kunt dus bepalen of u toe bent aan een nieuwe heup. Er zijn verschillende soorten heupprothesen, waarbij het belangrijkste verschil bestaat uit de manier van fixeren/ vastzetten; met cement of cementloos. De resultaten op lange termijn zijn vergelijkbaar. De orthopedisch chirurg bepaalt tijdens de operatie of het gebruik van cement nodig is.

 

De ingreep kan plaatsvinden onder narcose of onder plaatselijke verdoving (ruggenprik). De anesthesist zal dit voor de operatie met u bespreken. De operatie duurt ongeveer 1 tot 2 uur. Bij de operatie worden de kop en de hals van uw heup verwijderd. De heuppan wordt schoongefreesd en door een kunststof kom (pan) vervangen. Hierna wordt in het bovenbeen een metalen pen geplaatst waarop de kop is gefixeerd die precies in de kunststof pan past.

 

Soms is het noodzakelijk dat het been iets langer wordt om zo instabiliteit (‘heup uit de kom’) te vermijden. De dag na de operatie wordt een röntgenfoto gemaakt om te controleren hoe de stand van de heup is geworden.

 

Nabehandeling

In principe mag u de volgende dag alweer uit bed. De fysiotherapeut komt bij u langs en langzamerhand begint het oefen- en loopproces. Ook bij het plaatsen van een kophalsprothese na een dijbeenhalsbreuk wordt op dezelfde wijze de nabehandeling begonnen. Afhankelijk van uw vitaliteit wordt besloten u met krukken te leren lopen of met een looprek. Afhankelijk van uw herstel verblijft u 3 tot 5 dagen in het ziekenhuis. Tenzij het in uw geval beter is om te revalideren in een verzorgingshuis of verpleeghuis.

 

Door de verminderde doorbloeding en verminderde beweging (en soms door de aanwezigheid van oud bloed) bestaat er een kans op trombose. Dit is de vorming van een stolsel in een bloedvat. Om trombose te voorkomen krijgt u na de operatie medicijnen. Deze zogenaamde bloedverdunners (xarelto) worden meestal tot 5 weken na de operatie gegeven. Tijdens uw ziekenhuisopname zullen de bloedverdunners als injectie (fraxiparine) gegeven worden.

 

Als u al bloedverdunnende tabletten (Sintrom of Marcoumar) thuis gebruikt, krijgt u van de anesthesioloog te horen wanneer u hier voor de operatie (tijdelijk) mee moet stoppen. Na de operatie wordt uw bloed regelmatig gecontroleerd. De Fraxiparine® injecties en de tabletten kunnen tegelijk worden gebruikt en de verpleegkundige vertelt u hoeveel tabletten u moet innemen. Na ontslag zal de trombosedienst u weer (wekelijks) controleren en bepalen hoeveel tabletten u moet nemen en wanneer de Fraxiparine® injecties weer kunnen stoppen.

 

Ook geven we rondom de operatie antibiotica om het risico op een infectie zo klein mogelijk te maken.

 

Na de operatie moeten we goed letten op de mogelijkheid tot luxeren van uw heup (2 tot 5 procent risico). Dit betekent dat de kop uit de kom kan schieten, doordat het kapsel van het heupgewricht bij de operatie is geopend (en deels verwijderd) waardoor de heup weer veel soepeler is geworden. Ook door tijdelijk krachtsverlies van de spieren is er na de operatie een verhoogde luxatie neiging. Als u zich aan de bewegingsinstructies houdt en oplet tijdens de revalidatie, vooral in de eerste 3 maanden, is heupluxatie meestal te vermijden. Tijdens de groepsvoorlichting vertellen we u hier meer over.

 

Af en toe ontstaat er door de operatie beenlengteverschil. Dit is soms onvermijdelijk omdat het nodig is een goede heupstabiliteit te verkrijgen. Soms is er beenlengteverschil door een kromgegroeide rug en bijvoorbeeld door afwijkingen aan de andere heup. Meestal krijgt u na de operatie enige tijd pijnstillers (Celebrex®) voorgeschreven. Ook zorgt dit medicijn ervoor dat de kans op kalkaanzetting rondom de heup (dus stijfheid en pijn) zo klein mogelijk wordt.

 

Dik been

Door een verminderde doorbloeding wordt het vocht uit uw been minder goed afgevoerd. Dit komt omdat er nog een bloeduitstorting ter hoogte van de operatiewond zit die de neiging heeft de bloedvaten dicht te drukken. Doordat u uw been de eerste dagen na de operatie wat minder gebruikt dan normaal, is de doorbloeding nog niet optimaal. Hierdoor kunt u een dik been krijgen (oedeem). Dit vocht trekt langzaam weg in de komende maanden. Zo nodig zal de verpleegkundige u een voetpomp, tijdelijke kous of zwachtel geven.

 

Leven met een heupprothese

Na het plaatsen van een heupprothese zullen de pijnklachten langzamerhand verdwijnen en kunt u weer toenemend normaal lopen. Ook bij een dijbeenhalsbreuk kunt u direct na de operatie volledig belast lopen.

 

U moet voorzichtig omgaan met de heupprothese, want het blijft een kunstheup. Te zware belasting is daarom niet verstandig. De levensduur van een heupprothese is tegenwoordig in meer dan 90 procent van de geopereerde patiënten meer dan 15 jaar. Een nieuwe heup kan na verloop van tijd loslaten, maar dan is een volgende operatie met een prothesewissel bijna altijd nog mogelijk.

 

In sommige gevallen kan een infectie elders in het lichaam (bijvoorbeeld een kaakabces) leiden tot ernstige infectie rond de heupprothese. Daarom moet u altijd uw behandelend arts of tandarts informeren over uw heupprothese. Ook als er grotere ingrepen zoals bijvoorbeeld een wortelkanaalbehandeling gedaan moeten worden. Wanneer u binnen 3 maanden na de heupoperatie een bezoek aan de tandarts moet brengen, is het ook raadzaam om dit te bespreken.

 

Van opname tot ontslag

Op de afgesproken tijd verwachten wij u bij de verpleegafdeling 4A. Wij brengen u vervolgens naar de kamer of zaal gebracht waar u komt te liggen.

Zo spoedig mogelijk volgt een opnamegesprek over uw gezondheid, medicijngebruik en gewoonten die van belang zijn om u goed te kunnen begeleiden en verplegen tijdens uw opname. Eventueel wordt er door de orthopeed nog een röntgenfoto en/of bloedonderzoek afgesproken voor de operatie.

De verpleegkundige geeft u informatie over het tijdstip van de operatie en verloop van de dag. Tevens bespreekt ze het gebruik van de bloedverdunnende medicatie (ter voorkoming van trombose).

 

Verder verwachten wij van u:

  • Dat u thuis alles heeft geregeld (thuiszorg of opvang door familie etcetera);
  • Dat u uw medicijndoosjes meebrengt (géén lege doosjes);
  • Dat u krukken of rollator meebrengt naar het ziekenhuis;
  • Dat u de verpleegkundige inlicht over eventuele veranderingen die zijn ontstaan met betrekking tot uw persoonlijke situatie (bijvoorbeeld ziekte, andere medicijnen etcetera) tussen uw voorbezoek aan het ziekenhuis en de opnamedag.

 

Eten en drinken voor de operatie

Als u wordt geopereerd moet u tijdig stoppen met eten, drinken en roken.

Wordt u ’s ochtends voor 12.00 uur geopereerd, dan mag u:

  • Vanaf 0.00 uur ’s nachts niet meer eten (en niet meer roken).
  • Tot 6.00 uur ’s ochtends alleen nog heldere dranken drinken.
  • Na 6.00 uur ’s ochtends niets meer nemen.

 

Wordt u geopereerd in de middag na 12.00 uur, dan mag u:

  • Vanaf 0.00 uur ’s nachts niets meer eten (en niet meer roken).
  • Tot 10.00 uur ’s ochtends alleen nog heldere dranken drinken.
  • Na 10.00 uur ’s ochtends niets meer nemen.

 

Heldere dranken zijn vloeistoffen waar u doorheen kunt kijken zoals water, appelsap, limonade en thee met of zonder suiker. Géén koolzuurhoudende frisdranken of alcoholhoudende dranken.

 

Voorbereidingen op de operatie

  • U krijgt operatiekleding aan.
  • U krijgt een polsarmbandje om met uw naam en geboortedatum. Deze moet u omhouden tot ontslag.
  • (Indien nodig) scheren we het operatiegebied voor u.
  • 30 tot 60 minuten vóór de operatie krijgt u medicijnen als voorbereiding op de narcose/ruggeprik.
  • Voordat u de medicijnen inneemt gaat u nog naar het toilet zodat uw blaas zo leeg mogelijk is.
  • Wanneer u de medicijnen heeft ingenomen, mag u niet meer uit bed.

 

De operatie

  • U wordt op de afgesproken tijd naar de operatie kamer gebracht.
  • U ligt onder een thermodeken om uw lichaam zo goed mogelijk op temperatuur te houden.
  • Hier stapt u over op de operatietafel.
  • U krijgt een infuus, een operatiemuts op en plakkers op uw borst, zodat we tijdens en vlak na de operatie uw hartritme in de gaten kunnen houden.
  • U krijgt gedurende de operatie mogelijk een blaaskatheter.

 

Uitslaapkamer

  • Na de operatie blijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer.
  • Uw contactpersoon wordt gebeld.
  • Als de anesthesist toestemming geeft, mag u weer terug naar de afdeling.

 

Terug op de afdeling

  • Hier controleren we regelmatig uw bloeddruk en polsslag.
  • De verpleegkundige controleert het infuus, blaaskatheter, en wond.
  • Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken.
  • Als u pijn heeft of misselijk bent, is het belangrijk dat u dit meteen aangeeft. De verpleegkundige kan u daar iets tegen geven.

 

De dag na de operatie

  • Mag u zich zover u kunt zelf wassen (behalve uw voeten), de verpleegkundige neemt datgene over wat u zelf niet kunt.
  • De blaaskatheter wordt meestal verwijderd, de verpleegkundige zal de eerste dagen bijhouden of u weer normaal gaat plassen.
  • Er wordt in de loop van de dag een controlefoto van uw heup gemaakt.
  • Ook wordt (indien nodig) uw bloed gecontroleerd, afhankelijk van de hoeveelheid bloedverlies tijdens en vlak na de operatie krijgt u een bloedtransfusie.

 

Herstel en revalideren

Draag de dag na de operatie gemakkelijk zittende kleding. U hoeft niet in uw pyjama te mobiliseren. U mag en kunt op uw geopereerde been staan!

 

Fysiotherapie

De fysiotherapeut komt dagelijks langs. Onder begeleiding van de fysiotherapeut gaat u de eerste keer uit bed. De fysiotherapeut vertelt u hoe u op een verantwoorde manier in en uit bed kunt komen. Hierna mag u op de stoel zitten. Hoe lang u blijft zitten, is afhankelijk van wat u kunt en hoe u zich voelt. Per keer zal de fysiotherapeut bekijken wat er geoefend wordt en hoe vaak per dag.

 

In principe begint u te oefenen met een looprekje. Vervolgens leert u lopen met uw eigen krukken of rollator. Als u thuis moet traplopen gaat u dit ook oefenen. U krijgt oefeningen die u meerdere malen op een dag moet uitvoeren.

 

De dagen erna wordt u steeds zelfstandiger en breiden we de revalidatie uit. U gaat zichzelf weer wassen en aankleden. Het is belangrijk dat u weer zoveel mogelijk zelf doet, zodat u dit thuis ook weer kunt. Natuurlijk helpt de verpleegkundige u met datgene wat u zelf nog niet kunt of niet mag. Zo mag u bijvoorbeeld nog niet te ver bukken. Thuis kan uw eigen fysiotherapeut u verder begeleiden door het revalidatietraject.

 

Ergotherapie

De ergotherapeut komt één dezer dagen langs. U krijgt tips hoe u thuis met krukken licht huishoudelijk werk en/of uw hobby kunt uitvoeren. Ook wordt aandacht besteed aan hoe u met hulpmiddelen uw sokken en schoenen zelf kunt aantrekken.

 

Medicijnen

Voordat u met ontslag gaat, heeft u nog een gesprek met een medewerker van de ziekenhuisapotheek. Hij of zij zorgt ervoor dat uw eigen apotheek goed is geïnformeerd over uw medicijngebruik tijdens de opname in het ziekenhuis. Ook regelen zij dat u na opname de antistolling-medicatie, volgens afspraak, kunt ophalen of laten brengen.

 

Ontslag

Het ontslag wordt samen met de verpleegkundige geregeld. De verpleegkundige heeft hierover overleg met de fysiotherapeut en de orthopeed.

 

U kunt met ontslag wanneer de wond droog is en u uzelf met krukken of rollator kunt redden. Mogelijk heeft u bij de pre-operatieve screening aangegeven dat het noodzakelijk of verstandig is dat u eerst gaat revalideren in een verpleeg- of verzorgingshuis. Dit wordt dan in overleg geregeld.

 

U krijgt van de verpleegkundige de nodige papieren mee en een afspraak voor de controle na 6 weken bij de specialist. De hechtingen (nietjes en/of draadjes) worden verwijderd door de wijkverpleegkundige of huisarts op de 14e dag na de operatiedatum.

Als de thuiszorg wordt ingeschakeld, dan komt de wijkverpleegkundige 2 keer bij u thuis. De eerste keer is voor controle van de wond. De tweede keer is de 14e  dag na de operatiedatum om de hechtingen te verwijderen. NB: Als dit in een weekend of op een feestdag valt, wordt het de eerst volgende werkdag.

 

U kunt iemand vragen om u op te halen uit het ziekenhuis. Het tijdstip van ontslag is tussen 9.30 en 10.00 uur. Wij verwachten dat u op dit tijdstip opgehaald wordt in verband met de geplande nieuwe opnames op de afdeling.

 

Adviezen

Om problemen met de nieuwe heup te voorkomen, geven we u een aantal adviezen. Voor de meeste adviezen geldt dat u ze de eerste 2 tot 3 maanden na de heupoperatie kunt toepassen. Voor de overige adviezen geldt dat u zelf mag bepalen wanneer u hiermee ophoudt. Bij twijfels kunt u altijd contact opnemen met de afdeling ergotherapie of fysiotherapie.

 

Adviezen voor de eerste periode na de heupoperatie

Algemeen

  • De knie van het geopereerde been niet te ver naar binnen of naar buiten draaien.
  • De benen niet over elkaar leggen of kruisen.
  • Het been niet gestrekt heffen.
  • Niet te ver bukken: u mag bukken totdat uw vingertoppen de knieën aanraken.
  • Niet te ver reiken.
  • Als u staat: niet met u rechterarm iets links van u pakken en omgekeerd.

 

Staan

U mag staan zonder steun. Als u staat, op beide benen evenveel steun nemen, voeten recht naar voren laten wijzen, knieën lichtjes gebogen. Niet te lang achter elkaar staan, afwisselen over de dag.

 

Zitten

U mag niet met de benen over elkaar zitten. Voorkom dat u met een plof op een lage wc, bed, stoel of krukje gaat zitten. U kunt bij de thuiszorg een toiletverhoger en klossen om het bed te verhogen lenen.

 

Tip: Ga thuis op een hoge stoel met armleuningen zitten; zo kunt u makkelijk opstaan. Ga pas zitten wanneer u de stoel in uw knieholtes voelt.

 

Lopen

Bij het lopen plaatst u altijd eerst uw geopereerde been naar voren. Bij het omdraaien moet u kleine stapjes maken, u mag niet op de hakken draaien. Om iets mee te kunnen nemen is het toegestaan om in huis kleine stukjes met één kruk te lopen, in overleg met de fysiotherapeut of ergotherapeut. Hierbij dient u de kruk aan de zijde te houden die niet geopereerd is.

 

Traplopen

  • Trap op: eerst het goede been een trede hoger plaatsen, vervolgens het geopereerde been en de kruk op deze trede bijplaatsen.
  • Trap af: eerst de elleboogkruk een trede lager plaatsen, dan het geopereerde been op deze trede plaatsen en vervolgens met het goede been bijplaatsen.

 

In- en uit bed gaan

Bij het in- en uit bed gaan mogen de benen elkaar niet kruisen.

 

Slapen op de zij

De eerste 3 maanden na de operatie is het niet verstandig op de geopereerde kant te liggen. Op de andere kant liggen is wel toegestaan maar met een dik kussen tussen de benen.

 

Hoe kunt u het beste uw dagelijkse activiteiten uitvoeren?

Wassen en aankleden

U mag niet te ver bukken. Uw sokken en schoenen trekt u aan met hulpmiddelen. Hulpmiddelen die u kunt gebruiken bij het aan- en uitkleden zijn:

  • Sokken/kousaantrekker.
  • Pantyaantrekker.
  • Verlengde schoenlepel,(voor het aan- en uit trekken van uw schoenen en het uittrekken van uw sokken).
  • Elastische schoenveters, (hiermee kunt u van veterschoenen tijdelijk instapschoenen maken, samen met de lange schoenlepel kunt u zodoende uw schoenen aan- en uittrekken zonder hulp).
  • Helping hand (voor het oprapen van voorwerpen vanaf de grond).

 

Autorijden

De eerste 6 tot 8 weken na de operatie is in het been een verminderde reactiesnelheid aanwezig. Dit kan leiden tot verminderde mogelijkheden bij het autorijden. Op zich dient iedereen zelf te bepalen wanneer hij/zij het autorijden wil hervatten.

 

Tip: Zet de auto een eindje van de stoeprand af, zodat u niet te ver door de knieën hoeft als u gaat zitten. Leg eventueel een kussen op de autostoel. Bij het instappen moet u eerst gaan zitten, voordat u de benen in de auto doet. Leg een plasticzak of vuilniszak op de autostoel, dit schuift gemakkelijker. Voor het uitstappen geldt hetzelfde, maar dan in omgekeerde richting.

 

Wandelen en fietsen

Wandelen en fietsen is op den duur meestal (net als voor de operatie) weer normaal mogelijk. Zolang u nog met krukken loopt, kunt u beter niet zelf fietsen. Het kan wel zijn dat de fysiotherapeut u fietsen op een hometrainer heeft aangeraden. U mag 6 weken na de operatie zelf bepalen wanneer u de krukken niet meer gebruikt. Meestal loopt u, tot de eerste controle bij de specialist (± 6 weken na de operatie), buitenshuis met twee krukken.

 

Sporten

Zwemmen en volksdansen is toegestaan. Hardlopen, springen, skiën en dergelijke mag niet.

 

Seksualiteit Seksueel verkeer is toegestaan zo gauw men zelf vindt dat dit mogelijk is. Uiteraard dient men de eerste 3 maanden enigszins terughoudend te zijn met extreme bewegingen van de heup. Spreiden en sluiten is wel mogelijk en toegestaan.

Deze website maakt gebruik van cookies
Deze website gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Functionele cookies zijn nodig voor een goede werking van de website. We plaatsen de overige cookies alleen als je toestemming geeft. Wil je dat niet, zet dan de schuifjes naar links. De overige cookies geven je een optimale gebruikservaring. Wil je weten hoe we met privacy omgaan? Zie ons privacy statement.
  • Essentieel
Contact
Ziekenhuis Tjongerschans Thialfweg 44
8441 PW Heerenveen
0513 - 685 685
Polikliniek Lemmer Van Rijgersmapark 1
8531 JA Lemmer
0514 - 568 200
Orthoradius, locatie Sportstad Abe Lenstraboulevard 23B
8448 JA Heerenveen
0513 - 685 335
Polikliniek Steenwijk Mr. Zigher ter Steghestraat 9
8331 KG Steenwijk
0513 - 685 245
De Werf Sluisdijk 30
8501 BZ Joure
0513 - 685 685