Longpunctie

Het doel van het onderzoek is een stukje longweefsel te verkrijgen voor nader onderzoek.

Voorbereiding voor het onderzoek

U hoeft niet nuchter te zijn. Als u bloedverdunnende middelen gebruikt zoals Sintrom, Marcoumar, Ascal of Aspirine, dan moet u waarschijnlijk tijdelijk stoppen met het gebruik daarvan. Uw longarts heeft dit met u besproken. Neem bij twijfel alsnog contact op met uw longarts.

Het onderzoek

U wordt naar de behandelkamer op de afdeling radiologie gebracht. U gaat op uw rug of op uw buik op een onderzoekstafel liggen. Ter hoogte van de longen krijgt u (aan borst- of rugzijde) een injectie met een dunne naald. Hiermee wordt de huid en het longvlies plaatselijk verdoofd. Daarna brengt de arts, onder röntgendoorlichting of echo-controle, een naald in op de plaats waar de afwijking te zien is. Via de punctie verkrijgt de arts één of meerdere stukjes weefsel. Hierna verwijdert de arts de naald en het wondje wordt afgedekt met een pleister. Het weefsel wordt opgestuurd naar het laboratorium. Het onderzoek duurt tussen de 10 en 20 minuten. Het wordt over het algemeen als weinig belastend ervaren.

Na het onderzoek

Na het onderzoek moet u meteen op bed gaan liggen en u wordt teruggebracht naar de afdeling. U moet dan vier uur bedrust houden, waarvan 1 uur platte bedrust, daarna halfzittend. Uw bloeddruk en pols worden regelmatig gecontroleerd. U mag wel gewoon eten of drinken.

Ongeveer vier uur na het onderzoek wordt er een controle-longfoto gemaakt. Daarbij wordt gekeken of de long goed ontplooid is gebleven. Als de foto goed is, kunt u weer uit bed. Dit hoort u van de arts. In principe mag u de dag van het onderzoek weer naar huis.

Mogelijke complicaties

Het is mogelijk dat u na het onderzoek benauwd wordt of bloed ophoest. Dit komt voor bij ongeveer 25% van de patiënten die een longpunctie hebben ondergaan. Waarschuw dan direct de verpleegkundige door op de bel bij uw bed te drukken. Daarnaast kan het in de eerste uren na het onderzoek gebeuren dat er wat lucht lekt via het gaatje dat is ontstaan bij de punctie. Dit kan tot gevolg hebben dat de long dichtslaat. U krijgt dan een zogenaamde klaplong (pneumothorax). U kunt daarbij last krijgen van een trekkend gevoel op de borst en kortademigheid. Dit komt voor bij ongeveer één derde van de patiënten die een longpunctie ondergaan. Waarschuw ook in dit geval direct de verpleegkundige.

Als u een klaplong krijgt, dan zal de opnameduur in het ziekenhuis langer worden - meestal ongeveer een week. De arts-assistent of de longarts zal u extra onder controle houden. Soms is het voldoende om af te wachten tot de long zelf weer ontplooit. Soms zal de arts besluiten om (onder plaatselijke verdoving) een dunne drain aan te brengen om de long weer tot ontplooiing te zuigen.

De uitslag

De longarts bespreekt de resultaten van het onderzoek met u.