Deze website maakt gebruik van cookies
Deze website gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Meer informatie
  • Essentieel
Terug naar Anesthesiologie

Epiduroscopie

Bij chronische pijn in uw onderrug en been kunt u in aanmerking komen voor een epidurosocopie. De pijnspecialist kijkt dan via een opening in het staartbeentje (hiatus sacralis) met een epiduroscoop (een dun slangetje met aan het uiteinde een kleine camera) in de epidurale ruimte (de holte rond het ruggenmerg) naar uw zenuwwortels.

 

Waarom doen we een epiduroscopie?

Een epiduroscopie is een relatief weinig belastende manier om te achterhalen wat de oorzaak is van chronische (uitstralende) pijn in de onderrug en de benen, en wat hiervoor de juiste behandeling kan zijn. Na een ontstekingsreactie of operatie vormt zich littekenweefsel in het beschadigde gebied, wat kan leiden tot irritatie van de zenuwwortels en daarmee tot pijnklachten. Op een MRI of CT-scan is littekenweefsel niet altijd goed te zien. Door in de epidurale ruimte te kijken kan de oorzaak van uw pijnklachten duidelijk worden. Bij een episcopie bevindt zich naast de camera een uitgang om te kunnen spoelen en om medicijnen door te kunnen geven. Zo kunnen we tijdens de behandeling meteen verklevingen losmaken en medicijnen (zoals ontstekingsremmende en pijnstillende middelen) inspuiten.

 

Belangrijk

Meld altijd:

  • Het gebruik van antistollingsmiddelen (bloedverdunners);
  • Of u overgevoelig bent voor bepaalde stoffen (jodium, pleisters, contrast- of verdovingsvloeistoffen);
  • Of u zwanger bent, of een vermoeden daarvan heeft. Dit in verband met het eventuele gebruik van röntgenstraling/medicatie.

 

Medicijnen

Voor het gebruik van bloedverdunnende medicijnen gelden de volgende voorschriften:

  • Plavix (Clopidogrel ) en Efient (Prasugrel) 7 dagen voor de behandeling stoppen;
  • Marcoumar (Fenprocoumon) 5 dagen voor de behandeling stoppen;
  • Acenocoumarol 3 dagen voor de behandeling stoppen;
  • Arixtra (Fondaparinux), Xarelto (Rivaroxaban) en Pradaxa (Dabigatran) 2 dagen voor de behandeling stoppen;
  • Ascal (Carbasalaatcalcium of Acetylsalicylzuur) en Persantin (Dipyridamol) mag u doorgebruiken. Indien stoppen gewenst is hoort u dit van uw arts;
  • Sommige pijnstillers (NSAID’s, bijvoorbeeld Diclofenac, Ibuprofen): één dag voor de behandeling stoppen. Dit is ter beoordeling van uw pijn, niet ten aanzien van antistolling.

Na de behandeling kunt u weer met de antistolling beginnen, tenzij uw behandelend arts anders voorschrijft.

 

Voorbreiding

Voor de ingreep moet u uw sieraden afdoen. U kunt deze het beste thuis laten. De behandeling wordt uitgevoerd onder sedatie, dat betekent dat u licht in slaap bent. Daarom moet u voor deze behandeling nuchter zijn. Dat betekent dat u vanaf een bepaald tijdstip niet meer mag eten en drinken.

 

Als u vóór 12.00 uur ’s morgens wordt geholpen, mag u:

  • Vanaf 0.00 uur ’s nachts niets meer eten;
  • Tot 6.00 uur ’s morgens water, thee zonder melk of heldere limonade drinken (geen alcohol of koolzuurhoudende dranken);
  • Na 6.00 uur ’s morgens niets meer nemen.

 

Als u na 12.00 uur geholpen, mag u:

  • Vanaf 0.00 uur ’s nachts niets meer eten;
  • Tot 10.00 uur ’s morgens water, thee zonder melk of heldere limonade drinken (geen alcohol of koolzuurhoudende dranken);
  • Na 10.00 uur niets meer nemen.

 

Opname

U wordt voor deze behandeling één dag en eventueel één nacht opgenomen. Meld u alstublieft op de afgesproken tijd bij de receptie van de verpleegafdeling waar u wordt opgenomen.

 

Behandeling

De behandeling vindt plaats op de operatiekamer. Een verpleegkundige van de afdeling brengt u in het ziekenhuisbed naar de operatieafdeling. U heeft operatiekleding aan. We vertellen u van te voren of u uw eventuele bril en gehoorapparaten mee kunt nemen naar de operatieafdeling.

 

Op de operatieafdeling wordt u opgevangen door de anesthesiemedewerker. Hij of zij controleert een aantal gegevens. U krijgt een bloeddrukmeter om uw arm, plakkers op uw borst om uw hartslag te controleren en een zuurstofmeter aan uw vinger. Via een dun slangetje in de neus krijgt u zuurstof toegediend. U krijgt een infuusnaaldje in uw arm, zodat we u, via het infuus, extra vocht en/of medicijnen kunnen geven.

 

Omdat het inbrengen van de epiduroscoop pijnlijk kan zijn, wordt deze behandeling uitgevoerd onder sedatie. Dit betekent dat u licht in slaap bent. Via het infuus krijgt u pijnstillende en sederende medicatie.

 

Tijdens de behandeling ligt u op uw buik. Uw huid wordt ontsmet en er worden steriele doeken rondom de behandelplaats geplakt om steriel te kunnen werken. Daarna verdoven we de huid ter hoogte van de hiatus sacralis (opening van het wervelkanaal bij het staartbeen). Door het verdoofde gebied wordt, via de hiatus sacralis, een speciale naald met een canule ingebracht in de epidurale ruimte. Door de canule wordt de epiduroscoop opgeschoven.

 

Door de epiduroscoop te bewegen maken we al littekenweefsel los. Tevens proberen we door het inspuiten van het enzym Hyaluronidase en de ontstekingsremmer Methylprednisolon om de verklevingen losser te maken. Ook kunnen we, indien nodig, met een speciale katheter via de epiduroscoop een behandeling uitvoeren met radiofrequente golven (RF). Als u tijdens de behandeling hoofd- of nekpijn krijgt, dan is het belangrijk om dit gelijk te zeggen. De behandeling duurt maximaal 1 uur.

 

Na de behandeling

Na de behandeling op de operatiekamer wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Uw bloeddruk, hartslag en het zuurstofgehalte in uw bloed worden gecontroleerd. Als het goed met u gaat, gaat u, na ongeveer 1 uur weer terug naar de verpleegafdeling. De eerste 3 uur na de behandeling heeft u bedrust. U mag dan op uw zij, rug of buik liggen. Daarna mag u onder begeleiding uit bed. Als dat nodig is blijft u nog een nacht in het ziekenhuis. U heeft een klein wondje aan uw stuit, dat vanzelf geneest. Vanwege het wondje mag u 3 dagen niet in bad. U mag wel douchen.

 

Bijwerkingen of complicaties

We zien ze gelukkig niet vaak bij een epiduroscopie, maar zoals bij elke ingreep kunnen er bijwerkingen of complicaties optreden. Dit zijn:

  • Een bloeduitstorting, deze kan ontstaan als een bloedvaatje is geraakt. Dit veroorzaakt een blauwe plek en soms ook wat napijn;
  • Spierpijn op de plaats waar geprikt is;
  • U kunt last krijgen van napijn bij uw staartbeentje of in uw benen. Deze napijn kan enkele weken aanhouden. U kunt hiervoor een pijnstiller innemen, bijvoorbeeld paracetamol;
  • Bij vrouwen kunnen opvliegers voorkomen en kan de menstruatie tijdelijk ontregeld zijn;
  • Als u suikerziekte (diabetes) heeft, zijn schommelingen in uw bloedsuikers mogelijk. Houdt u hier rekening mee en controleer dit bij klachten een keer extra;
  • In zeldzame gevallen kan het ruggenmergvlies worden aangeprikt. Hierdoor kunt u hoofdpijn krijgen. Als dit gebeurt, moet u veel drinken en enkele dagen plat liggen. Meestal verdwijnt de hoofdpijn vanzelf. Indien de hoofdpijn na 1 week niet is verdwenen, neem dan contact op met uw arts voor verdere behandeling.
  • Voor het onderzoeken van de epidurale ruimte moet deze worden opgevuld met fysiologisch zout. Door een teveel aan vocht of door de druk waaronder het wordt geïnjecteerd, kunnen bijwerkingen ontstaan zoals hoofd- en nekpijn en/of tintelingen. De kans op bijwerkingen houden we zo klein mogelijk door het vocht te beperken en de druk zo laag mogelijk te houden;
  • Blindheid. Van drie gevallen (personen van >70 jaar) in de Verenigde Staten is bekend dat zich na deze behandeling blindheid heeft voorgedaan. Als u oogproblemen hebt, meldt u dit dan vóór de behandeling aan uw arts;
  • Jeuk, huiduitslag en kortademigheid bij allergie voor contrastvloeistof. In zeldzame gevallen kan allergie leiden tot een ernstige bloeddrukdaling. U kunt hiervoor goed behandeld worden;
  • Neurologische uitvalsverschijnselen, zoals plasproblemen en krachtsverlies in de benen, kunnen voorkomen als gevolg van druk op de zenuwwortels door bijvoorbeeld een bloeduitstorting. Als u last krijgt van deze symptomen, moet u dit zo snel mogelijk melden aan de verpleegkundige of arts;
  • Er is een klein risico op het ontstaan van een infectie. Om dit te voorkomen krijgt u voor de behandeling, via het infuus, antibiotica toegediend. Als u koorts krijgt na de behandeling, neemt u dan contact op met de behandelend arts.

 

Bij klachten binnen 24 uur na ontslag moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis.

 

Resultaat

Pas na enkele weken tot maanden kan het resultaat van de behandeling worden beoordeeld. Het is echter goed mogelijk dat u al eerder merkt dat u minder pijn heeft. In een aantal gevallen is het nodig de behandeling te herhalen. Dit bespreekt uw arts met u.

Deze website maakt gebruik van cookies
Deze website gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Meer informatie
  • Essentieel
Contact
Ziekenhuis Tjongerschans Thialfweg 44
8441 PW Heerenveen
0513 - 685 685
Polikliniek Lemmer Van Rijgersmapark 1
8531 JA Lemmer
0514 - 568 200
Orthoradius, locatie Sportstad Abe Lenstraboulevard 23B
8448 JA Heerenveen
0513 - 685 335
Polikliniek Steenwijk Mr. Zigher ter Steghestraat 9
8331 KG Steenwijk
0513 - 685 245
De Werf Sluisdijk 30
8501 BZ Joure
0513 - 685 819