Bezoeker

Kwaliteit

Kwaliteit

1. infectiepreventie / infectieregistratie
2. Bloedmanagement
3. complicatieregistratie
4. Kwaliteitsmeting TOP decubitus
5. Trombose / longembolie preventie
6. Doog
7. cbo
8. markeringsprotocol

 

1. Infectiepreventie / Infectieregistratie
De maatschap orthopedie is al jaren bezig met stellen van hoge kwaliteitseisen en controle/toetsing daarvan. De volgende onderwerpen zijn daarbij van groot belang:

 

Infectiepreventie
De orthopaeden doen er samen met het ziekenhuis de Tjongerschans en de medewerkers alles aan om infecties te voorkomen. Een infectie is een ongewenste complicatie bij iedere behandeling. In de orthopedie worden kunstgewrichtoperaties verricht (nieuwe heup, knie, schouders, ellebogen etc.) Een infectie leidt in deze gevallen tot grote problemen voor de patiënt en de specialist en alles moet gedaan worden om deze catastrofe te voorkomen.

 

Maatregelen infectiepreventie:

  • Laminair airflow systeem operatiekamer= opereren in bacterievrije ruimte met speciale luchtstroom
  • No touch afdek techniek: de meeste infecties ontstaan doordat bacteriën van de huid van de patiënt met de wond in aanraking komen. Een speciale door ons ontwikkelde operatieafdektechniek zorgt voor 80% minder kans op aanraking met de huidbacteriën.
  • Antibiotica: tijdens de operatie en op de operatiedag krijgt de patiënt hoge doses preventieantibiotica
  • Discipline: weinig mensen in de OK, geen toeschouwers, en geconcentreerd operatiegedrag is ook van belang om een goed resultaat te krijgen.
    Extra 'checkprotocollen zoals een piloot dat ook hanteert tijdens zijn werk hebben onze grote aandacht.

 

Infectieregistratie
De maatschap doet dit volgens het systeem PREZIES  (PREventie van ZIEkenhuis infectie door Surveance). Surveance staat voor een doorlopend systeem van opsporing van ziekenhuisinfecties en de risicofactoren, gevolgd door verbeteracties volgens de methodiek van kwaliteitsverbetering. Surveance wordt gezien als één van de pijlers van het infectiepreventiebeleid. PREZIES is een samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen, het kwaliteitsinstituut CBO en het RIVM.
De deelnemende ziekenhuizen verzamelen locaal gegevens volgens een gestandaardiseerde methodiek en deze wordt opgestuurd naar PREZIES. Elk ziekenhuis krijgt de gegevens na bewerking retour, gespiegeld aan de data van de andere deelnemende instellingen.

 

2. Bloedmanagement orthopedie Tjongerschans.

De orthopeden verrichten vele electieve orthopedische operaties. Meerdere studies tonen inmiddels aan dat het toedienen van homoloog bloed (donorbloed) risico's met zich meebrengt. Naast de wellicht minimale -maar dodelijke- risico's van overdracht van infecties (HIV en BSE) en menselijke fouten van verwisseling blijkt een immunosuppressie (negatieve invloed op de afweer) grote gevolgen te hebben voor de patiënt.

Studies tonen aan dat het aantal wondstoornissen verdubbelt indien een homologe (donorbloed) transfusie wordt toegediend. Tevens is de opnameduur in de kliniek relevant korter indien geen transfusie plaatsvindt. Deze bevinding is onafhankelijk van operatieduur en hoeveelheid peri-operatief bloedverlies. Doelmatig en beperkt bloedgebruik is de beste veiligheidsmaatregel die genomen kan worden binnen de bloedtransfusieketen. Naast veiliger, is het beter voor de patiënt, en veel goedkoper.

Al met al zijn dit redenen om een actief zogenaamd bloedmanagementbeleid te voeren. Het Tjongerschans ziekenhuis volgt grotendeels het bloedmanagementbeleid in de St. Maartenskliniek in Nijmegen. Deze is gecertificeerd wat betreft het bloedmanagement volgens NEN-EN-ISO 9001:2000. Inmiddels heeft het bloedmanagement proces geleid tot een meer dan 60% daling van homologe bloedtransfusies. Men verwacht dat bij invoering in Nederland van dit soort bloedmanagement er een besparing uiteindelijk ontstaat van 100 miljoen per jaar bovenop de ook verbeterde zorg.

 

Onderdelen van het bloedmanagement:

1. Transfusiebeleid
De bloedtransfusie wordt overwogen indien het zogenaamde Hb-gehalte te laag is. We hanteren daarvoor voorlopig de 4-5-6 regel. Indien een patiënt een Hb heeft lager dan 6 mmol/l kan met de patiënt worden besproken en overlegd of afhankelijk van klachten misschien een transfusie moet plaatsvinden. Bij een Hb lager dan 4 geeft men in ieder geval vaak bloed. Bij patiënten ouder dan 60 jaar en ook bij mensen met hartklachten gelden andere regels.

 

2. Epo
Toedienen van erythropoïtine is Eprex oftewel Epo. Erythropoïtine of Epo genoemd wordt toegediend aan alle patiënten die een geplande grote orthopedische operatie moeten ondergaan en die een preoperatief Hb-gehalte hebben dat gelijk of lager is dan 8.1 mmol/l. Juist deze groep patiënten krijgt in ieder ziekenhuis 50% van de bloedtransfusies. Door toedienen van in totaal 4 onderhuidse injecties wordt bij deze groep patiënten het Hb als het ware voor de operatie opgekrikt. Gemiddeld ontstaat er een Hb-stijging van 1 tot 2 mmol/l zodat men als het ware reserve heeft opgebouwd voor de operatie. Hierdoor ontstaat na de operatie minder snel een te laag Hb en is ook in een groter aantal geen bloedtransfusie noodzakelijk.
Bijwerkingen van Epo zijn er heel af en toe (minder dan 2%) en bestaan meestal uit hoofdpijn of griepachtige verschijnselen en soms "niet lekker" voelen. Zeer ernstige bijwerkingen zoals hoge bloeddruk en trombose zijn extreem zeldzaam.

 

3. Autologe bloedtransfusie
Het toepassen van autologe bloedtransfusie betekent dat de patiënt voor de operatie eigen bloed af laat nemen en dit in de bloedbank laat bewaren zodat na de operatie eigen bloed kan worden toegediend. Vooral bij de oudere patiënt is dit soms problematisch omdat deze categorie patiënt moeilijker zijn bloed weer opnieuw aanmaakt en men ruimschoots voor de operatie bloed moet verzamelen. Nadelen zijn dan vooral ook leeftijd, de tijd voor de operatie en de kosten en de logistiek waardoor wij in Heerenveen weinig gebruik maken van deze enigszins omslachtige techniek.

 

4. Gebruik van NSAID's
Veel patiënten met gewrichtsklachten krijgen pijnstillers en ontstekingsremmers, zogenaamde NSAID's. Het is bekend dat het gebruik hiervan soms leidt tot verhoogde bloedingkansen na operaties. Uit recente studies blijkt dat bij gebruik van zogenaamde cox-2 selectieve NSAID's een bijna 20% lager bloedverlies haalbaar is. In de Tjongerschans wordt overwogen over te gaan naar een cox-2 selectieve NSAID.

 

5. Per-operatieve cellsaving
Cellsaving is een techniek waarbij tijdens de operatie bloed wordt afgezogen en via een speciale machine wordt verwerkt en daarop weer wordt teruggegeven aan de patiënt. Wij gebruiken daarvoor de Haemonetics cellsaver 5+ en de Orthopad. Beide machines kunnen afhankelijk van het verwachte bloedverlies worden ingezet om tijdens en na operaties eigen bloed weer terug te transfunderen.

 

6. Bloedleegte
Eén van de oudste vormen van bloedbesparende technieken is de bloedleegte. Deze techniek wordt steeds vaker toegepast bij ingrepen aan de onderste ledematen. Bij al dit soort ingrepen wordt de bloedleegteband aangebracht. De bloedleegteband wordt opgeblazen tot gemiddeld ongeveer 300 mm. kwik afhankelijk van omvang van het been en gebruikte bloedleegte apparatuur. Soms kunnen deze bloedleegtetechnieken niet goed worden gebruikt bij bijvoorbeeld operaties die langer duren dan 2 uur of bij patiënten met een al bestaande zogenaamde neuropathie (zenuwbeschadiging) in relatie met diabetes mellitus en alcoholgebruik e.d.

 

7. Post-operatieve cellsaving (Bellovac A.B.T.)
Het Bellovac A.B.T. systeem betreft een vorm van postoperatieve cellsaving waarbij bloed uit de operatiewond wordt opgevangen en gefilterd wordt teruggegeven aan de patiënt (via de zogenaamde redondrainage). Op dit moment bevindt zicht deze techniek nog in een begin / experimentele fase maar wij verwachten dat bij bijvoorbeeld knieprothese operaties deze techniek ertoe kan leiden dat misschien helemaal geen bloedtransfusies meer nodig zijn bij knieprotheses. Recente literatuur (volgens de St. Maartenskliniek) geeft aan dat teruggave van zogenaamd gefilterd wonddrain bloed het immuunsysteem stimuleert. Naast een beperking van homologe transfusies is het daardoor mogelijk ook nog een vermindering van postoperatieve infecties te verwachten bij gebruik van deze techniek.

 

8.Antistolling
Het gebruik van antistolling is onlosmakelijk verbonden met orthopedische ingrepen maar ook onlosmakelijk verbonden met bloedmanagement. Immers de keuze van anticoagulantia (bloedstollingmiddelen) en het tijdstip van toediening hiervan kan de hoeveelheid bloedverlies tijdens of na een operatieve ingreep in ernstige mate beïnvloeden. Zogenaamde trombose profylaxe in de Tjongerschans vindt protocollair plaats met behulp van laagmoleculaire Heparine (LMWH). Op dit moment gebruiken we nog steeds Fraxiparine maar overwogen wordt om dit te vervangen door Arixtra (fondaparinux). Aanvankelijke terughoudendheid betrof enerzijds de kosten en anderzijds de gedachte dat het iets verhoogde kans op bloedingen geeft. Postoperatief bloedverlies en transfusiebehoefte zijn o.a. door de St. Maartenskliniek geanalyseerd bij 800 grote orthopedische ingrepen (totale heup en totale knie) en er werden daarbij geen significante verschillen gevonden. Ook het aantal wondstoornissen en infecties verschilt niet tussen Fraxiparine en Arixtra. Arixtra is een pentasaccharide met als voordeel: synthetische fabricage (dus geen overdraagbare ziekte) en een aangetoonde werking bij postoperatieve start van toediening en reductie van de venografische incidentie van diepe veneuze trombose in hoogrisicopatiënten met 50% oftewel beter gezegd: 50% minder kans op trombose.

 

3. Complicatieregistratie

Een belangrijk onderdeel bij behandeling van patiënten is het voorkomen van complicaties. Hiervoor is van belang dat men het eens is over definitie van een complicatie, op welke wijze men inzicht krijgt in aantal en aard van de complicaties en vooral wat men er mee doet oftewel wat zijn de consequenties om het te verbeteren.

 

Definitie van een complicatie
een complicatie bij een medische behandeling is een ongewenste gebeurtenis of gang van zaken die het genezingsproces vertraagt, de opnameduur verlengt en daardoor jammer genoeg op dat moment vervelende gevolgen heeft voor de patiënt.

 

Aantal en soort complicaties
de maatschap orthopedie Tjongerschans Heerenveen hanteert de complicatieregistratie volgens de richtlijnen van de NOV (Nederlandse Orthopedische Vereniging). Hierop wordt iedere complicatie die optreedt per patiënt ingevuld evenals de aard van de complicaties. Iedere maand worden de complicaties besproken. Na een jaar worden de complicaties statistisch verwerkt. Na 5 jaar worden de complicaties meegenomen in de 5-jaarlijkse specialisten visitatie, zoals deze door een zogenaamde visitatie commissie van de NOV wordt uitgevoerd. Een bijzonder voorbeeld in onze praktijk is ons lage postoperatieve infectie- percentage dat ruimschoots onder het landelijk en internationale gemiddelde zit.

Consequenties van complicatieregistratie
van groot belang is dat iedereen nauwgezet de complicaties meldt en verzamelt. Ieder mens weet dat er complicaties zijn maar het is een plicht en uitdaging om het aantal complicaties te verminderen en indien een complicatie onvermijdelijk is, de complicatiebehandeling zo adequaat mogelijk te laten zijn.

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.