Bezoeker

Europese ontwikkelingen

Frankrijk en Duitsland zijn met name de landen waar de orthopaedie in de 18e en 19e eeuw tot grote bloei kwam. Enige Nederlanders, die in de vorige eeuwen met orthopaedische behandelingen begonnen, waren Nuck (1696), Kamper (1763) en vooral Hendrik van Deventer (1651-1724).

 

Hendrik van Deventer


Hendrik van Deventer was een zeer beroemd Nederlands gynaecoloog, maar ook lid van de sekte ‘de labadisten’. Deze geloofsgemeenschap was aanhanger van de geloofsovertuiging, die gepredikt werd door Jean de Labadie. Een sekte met protestantse afscheiding, die valt onder de piëtisten (diep doorleefde dwepende vroomheid). Hij studeerde in Italië, keerde in 1674 terug naar Nederland en begon een praktijk als zeer ijverig lid van de religieuze gemeenschap van de Labadisten in Wieuwert, tussen Sneek en Leeuwarden. Hier had hij een praktijk met name voor verloskunde en ook chirurgie en orthopaedie. Omdat Van Deventer het Latijn niet beheerste, kon hij geen artsexamen afleggen. Bij wijze van uitzondering werd bij hem in 1692 een Nederlandstalig examen in Groningen afgenomen en werd Van Deventer tot doctor medicus gepromoveerd. Uiteindelijk belandde Van Deventer in Voorburg waar hij in het landhuis ‘Sionslust’ een orthopaedisch instituut begon (1709-1724). Van Deventer heeft vele verloskundige werken geschreven maar slechts één orthopaedisch leerboek. Dit verscheen pas na zijn dood. De vraag waarom Van Deventer wel tijdens zijn leven verloskundige werken heeft geschreven en geen orthopaedisch leerboek vertelt hij in zijn orthopaedisch werk. Van Deventer wilde namelijk zijn kennis over het vervaardigen van orthopaedische apparatuur geheimhouden en slechts delen met zijn kinderen, zodat die -met het bezit van een soort geheim van de smid- na zijn dood het bedrijf voort zouden kunnen zetten.

 

Antonius Mathijsen


Een andere Nederlander die van groot belang is voor de orthopaedie en in die tijd wereldberoemd is geworden, is de uitvinder van het gipsverband namelijk de militaire arts Antonius Mathijsen (1805-1878).

Nadat in voorgaande eeuwen de orthopaedie zich voornamelijk bezighield met conservatieve (= niet-operatieve) behandelingen van afwijkingen, ontstaan door bijvoorbeeld polio, tuberculose, scoliose, heupdysplasie en rachitis, werden deze afwijkingen toenemend zeldzamer. Het vak orthopaedie verschoof dan ook (toenemend) naar de behandeling van afwijkingen bij volwassenen en met name werd het vanaf het begin van deze eeuw een operatief specialisme (de orthopaedische chirurgie).

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.