Bezoeker

Atriumfibrilleren

U wordt verwezen naar het ziekenhuis met de verdenking atriumfibrilleren. Hieronder leggen wij u uit wat atriumfibrilleren is en welke onderzoeken gaan plaats vinden.

 

Het woord atrium betekent boezem, het woord fibrilleren betekent trillen. We spreken eigenlijk nooit over trillen, maar gebruiken altijd het woord fibrilleren.

Het hart bestaat uit twee boezems (atria) en twee kamers (ventrikels). In de

rechterboezem zit de sinusknoop. Dit zijn een aantal cellen bij elkaar, die samen

een prikkel doorsturen naar de atrio-ventriculaire knoop (a.v.-knoop). Deze knoop

vangt de prikkel op en geeft deze door aan de kamers. Zo ontstaat het normale

hartritme, genaamd sinusritme (afbeelding 1).

 

afbeelding 1 

Atriumfibrilleren

Behalve in de sinusknoop zitten er in de hele rechterboezem cellen die prikkels kunnen afvuren. Bij atriumfibrilleren geven heel veel van die cellen prikkels af (afbeelding 2). Hierdoor is er geen goede samentrekking mogelijk van het spierweefsel van de boezem. De a.v.-knoop vangt alle prikkels op en deze worden onregelmatig aan de kamers doorgegeven. Hierdoor is de polsslag onregelmatig. Dit kunnen we ontdekken door uw pols te tellen of door een hartfilmpje (ECG) te maken. Atriumfibrilleren is de meest voorkomende ritmestoornis bij mensen boven de 50 jaar.

 

afbeelding 2                                   

Het ontstaan van atriumfibrilleren

 

Atriumfibrilleren kan plotseling ontstaan na een borrel of een sterke kop koffie, maar ook zo maar bijvoorbeeld tijdens uw slaap. U kunt zich gejaagd voelen, u voelt uw hart ‘op hol slaan’ en soms geeft het ook een angstgevoel. Toch zijn de klachten eerder lastig dan gevaarlijk. Atriumfibrilleren kan blijvend (chronisch) zijn, vooral bij

ouderen. De verschijnselen zijn vaak minder uitgesproken dan bij een acute aanval en de klachten zijn draaglijker. De meest voorkomende oorzaken van boezemfibrilleren zijn hoge bloeddruk (hypertensie) en hartziekten zoals hartklepaf-wijkingen, afwijkingen van de kransslagaders, hartfalen, hartspierziekten en aangeboren hartafwijkingen. Andere oorzaken zijn, chronische longziekten, longembolie, diabetes mellitus, overgewicht, en chronische nierziekten. Minder vaak voorkomende oorzaken zijn een ontsteking van het hartzakje en een te hard werkende schildklier

  

 

Gevolgen van atriumfibrilleren

Door atriumfibrilleren neemt de kans op stolselvorming van het bloed in het hart toe. Daarnaast kan de pompwerking van het hart verminderen door de snelle hartslag en het niet goed samentrekken van de boezems. Hierdoor kan benauwdheid of pijn op de borst ontstaan. Dit zijn de redenen waarom het behandelen van atriumfibrilleren nodig is.

 

Wat gaat er gebeuren

Nadat de huisarts u verwezen heeft naar de poli atriumfibrilleren wordt u een afspraak toegestuurd.  U krijgt naast een datum ook afspraken voor verschillende onderzoeken op dezelfde dag van uw bezoek. Dit betreft een hartfilmpje (het electrocardiogram), een echocardiografie onderzoek , een inspanningstest (ergometrie) en Röntgen foto en bloedonderzoek .  Afhankelijk van de bevindingen krijgt u ook nog een kastje mee voor de registratie van het hartritme (een holter kastje) gedurende 1 of meerdere dagen.  Hieronder wordt uitgelegd wat de onderzoeken inhouden.

 

1. Hartflimpje (ook wel electrocardiogram genoemd)

Terwijl u op de onderzoektafel ligt, wordt een ECG gemaakt. Via elektroden, waarvan meestal vier aan de ledematen bevestigd worden en zes op de borst geplakt, wordt de elektrische activiteit van het hart geregistreerd. Doorgemaakte hartinfarcten zijn op het ECG vaak zichtbaar. Indien tijdens de registratie zuurstofgebrek in het hart aanwezig is of een hartritmestoornis bestaat kan dit vaak vastgesteld worden.

 

2. Het echocardiogram

Echografie, ook gebruikt om bij zwangere vrouwen om ligging en grootte van de foetus te bepalen, berust op het uitzenden en ontvangen van onschadelijke geluidsgolven van een zeer hoge frequentie (ultrageluid). Het is met behulp van deze techniek ook mogelijk het menselijk hart op een beeldscherm zichtbaar te maken.

Hierdoor kunnen afwijkingen aan het hart opgespoord worden, zoals verwijde hartholten, verdikte vaatwanden of abnormale bewegingen van het hart en/of hartkleppen. Deze techniek is de laatste jaren sterk verbeterd door de komst van de Doppler- en Kleuren-Dopplerechocardiografie. Hiermee kunnen bloedstromen gemeten en zichtbaar gemaakt worden en kan worden vastgesteld of kleppen al dan niet vernauwd zijn of lekken. Het echo-onderzoek vindt plaats in een halfverduisterde kamer. Terwijl u op een onderzoekbank ligt, wordt (na opplakken van enkele ECG-elektroden) in linker zijligging een "kijkertjes" (de transducer)tegen de borst gelegd en wordt het hart vanaf verschillende plaatsen bekeken. Soms zullen hierna met behulp van de Doppler-techniek harttonen en bloedstromen hoorbaar gemaakt

worden.

 

3.Het inspanningsonderzoek

Het inspanningsonderzoek is er voor bedoeld om het lichaam (en daardoor ook het hart) flink in te spannen. Het onderzoek vindt meestal plaats op een soort hometrainer (Fietsergometer). Tijdens het onderzoek kan onder meer gezien worden hoe het met de conditie gesteld is, of en wanneer klachten optreden, terwijl aan de hand van het tijdens de fietsproef geregistreerde ECG vastgesteld kan worden of dit normaal of abnormaal reageert (bijvoorbeeld uitingen van

zuurstofgebrek, hartritmestoornissen).

 

4. Röntgen foto

Vaak zullen thoraxfoto's (röntgenfoto's van hart en longen) gemaakt worden, onder andere om een indruk te krijgen van vorm en grootte van het hart en de toestand van de longen.

 

5. Het bloedonderzoek

Door middel van bloedonderzoek wordt onder meer de schildklierfunctie en de nierfunctie bepaald  maar kunnen ook andere aandoeningen, zoals suikerziekte en bloedarmoede door middel van laboratoriumonderzoek worden aangetoond.

 

6. Het Holter onderzoek

Soms is het nuttig om langdurig een registratie van het ECG te verkrijgen. Dit is mogelijk met behulp van een Holter-ECG (genoemd naar de bedenker ervan).

Bij dit onderzoek wordt een aantal elektroden op de borst geplakt en aangesloten op een apparaatje dat enigszins lijkt op een cassetterecorder, en dat aan een draagriem bevestigd kan worden. Het apparaat, dat u gewoon meeneemt naar huis, neemt vervolgens een of meerdere dagen lang het ECG op.Tijdens het onderzoek mag u in principe alles doen en daarbij natuurlijk ook zaken die naar uw ervaring de klachten kunnen oproepen. Douchen en zwemmen zijn uiteraard niet toegestaan. De volgende dag wordt het apparaat in het ziekenhuis weer afgekoppeld, waarna de registraties aan een nauwkeurige analyse onderworpen worden. Op deze manier kunnen vaak ook minder frequent optredende afwijkingen op het ECG  "gevangen" worden. Indien u tijdens de registratieperiode klachten heeft, kunt u het tijdstip van optreden en de aard van de klachten apart aangeven in een "dagboekje", zodat bij de analyse gekeken kan worden of er een verband bestaat tussen de klachten (bijvoorbeeld hartkloppingen, duizelingen, pijnklachten) en ECG bevindingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.